Ankeren

Blogartikel over ankeren op stromend- en stilstaand water

Een plaatje van een dubbel anker aan de boeg van een groot schip

In de vorige paragrafen hebben we het 'aan de kant afmeren van schepen' behandeld. Schepen kunnen zich niet alleen aan de kant afmeren, maar ook aan de bodem van het vaarwater. Dit heet ankeren. Van de uitdrukking 'voor anker gaan' heb je vast weleens gehoord. Het betekent 'zich ergens vestigen'. Het voor anker gaan van een schip houdt in dat een schip via het anker afmeert op de bodem van het vaarwater.

Hoe moet ik een schip ankeren?

Ankeren van schepen gebeurt via spudpalen of een anker. Het anker zit met een ankerlijn of ankerketting vast aan het schip. Voor kleinere plezierjachten volstaat een ankerlijn. Grote plezierjachten en binnenvaartschepen maken meestal gebruik van een ankerketting en hebben vaak een dubbel anker. Zie bovenstaande afbeelding.
Er zijn veel omstandigheden zoals wind en ligplaats waar je rekening mee moet houden. Hoe je moet ankeren en op welke plaats, gaan we nu behandelen. De volgende situaties zijn te onderscheiden:
Ankeren op stilstaand water
Ankeren op stromend water

Ankeren op stilstaand water
Ankeren op stilstaand water doe je bij voorkeur tegen de wind in! Het schip vaart richting de ankerplek mindert vaart, zodat het bijna stil komt te liggen. Op het moment dat het schip stilligt en gaat deinzen (door de wind achteruit gaat ten opzichte van de bodem) laat je het anker naar de bodem zakken. Dan laat je de lijn vieren. Als het anker en de lijn tegelijkertijd overboord gegooid worden, dan heb je grote kans op een onklaar anker omdat de tros dan om het anker kan geraken.
Nu het anker in het water ligt laat je het schip langzaam achteruit drijven tot de gewenste lengte van de ankerlijn is bereikt. De gewenste lengte van de ankerlijn of -ketting is 3 tot 5 keer de waterdiepte. Als je de juiste lengte op de ankerlijn hebt kan je de lijn vastmaken. Nadat de lijn is vastgemaakt dien je nog wel de zwarte ankerbol te hijsen ten teken van een geankerd schip. De ankerbol dient zo geplaatst te worden dat deze van alle zijden zichtbaar is.

Illustratie van een schip met zwarte ankerbol    Illustratie van een schip met ankerlicht
De zwarte ankerbol overdag en 's nachts het ankerlicht

Ankeren op stromend water
Ankeren op stromend water doe bij voorkeur tegen de stroom in. Als je de ankerplaats nadert, minder je net zo lang de snelheid, dat je bijna stil komt te liggen. Daarna laat je het anker langzaam tot de bodem zakken en zet de motor uit. Door de tegenstroming gaat het schip langzaam achteruit. Als je genoeg ankerlijn hebt 'gestoken', maak je deze vast. Ook nu weer: overdag hijs je de ankerbol en 's nachts zet je het ankerlicht aan.

Als je eenmaal geankerd ligt, voer je een ankerpeiling uit. Het kan namelijk zijn dat de wind of de stroming veranderd. Dat heeft ook gevolgen voor de ligging van het schip. Je wilt namelijk niet, dat door een veranderende windrichting de boot in een vaargeul komt te liggen! Daarom moet je een ankerpeiling uitvoeren. Wat is een ankerpeiling? Bij een ankerpeiling wordt er gecontroleerd of het schip wel op dezelfde plek is blijven liggen. In de scheepvaart wordt gezegd: we gaan kijken of het anker 'houdt'.
Let op: Het is verboden te ankeren in een vaargeul

Problemen bij het ankeren
Er kan een aantal redenen zijn waarom het anker niet blijft liggen. Als het anker niet blijft liggen (niet houdt) dan is er sprake van een krabbend anker. Het anker graaft zich in dit geval niet goed genoeg de bodem in. Ook kan het zijn dat de bodem ongeschikt is om te ankeren. Op een zachte bodem met veel waterplanten heeft een anker weinig grip. Een oplossing voor een krabbend anker is om meer ankerlijn of -ketting 'te steken'. Door meer ankerlijn te steken zal het anker horizontaler op de bodem komen te liggen en daardoor graaft het zich gemakkelijker de bodem in. Als dit niet helpt kan je het beste 'anker-opgaan'. Wat dat is lees je in de volgende paragraaf. Het kan ook gebeuren dat het schip door de wind of stroming heen en weer gaat slingeren achter het anker. Dit heet gieren. Dit is te voorkomen door een tweede anker uit te zetten in de buurt van het hoofdanker. Het tweede anker heeft een kortere lijn dan het hoofdanker en de lijn van het tweede anker heeft een hoek van ongeveer 30 graden ten opzichte van het hoofdanker.

Anker opgaan

Anker opgaan Anker opgaan betekent: het anker lichten om te vertrekken. Als de motor gestart is kan je het schip aan de ankerlijn naar het anker toe trekken. Als dit te zwaar is kan je ook langzaam op de motor naar het anker toe varen terwijl tegelijkertijd de ankerlijn wordt binnengehaald. Als je bij het anker bent aangekomen en de boot loodrecht staat ten opzichte van het anker, kan het anker worden binnengehaald. Het kan zijn dat het niet lukt om het anker binnen te halen doordat het anker vast zit in de grond of het ergens achter blijft steken. Je maakt dan de ankerlijn vast aan de bolder van het schip en je vaart langzaam vooruit, over het anker heen om hem los te trekken. Dit wordt het 'anker over de kop varen' genoemd. Als het anker te stevig vast ligt in de bodem is er nog een manier om het anker los te trekken; via de neuringlijn. De neuringlijn heeft de lengte van ongeveer de waterdiepte. Deze lijn zit aan de ene kant vast aan het anker en aan de andere kant aan de ankerboei. De ankerboei heeft als doel dat niet alleen de schipper van de boot zelf, maar ook andere schepen kunnen zien waar er zich een anker in het water bevindt. Als het anker vast zit in de bodem, kan je de neuringlijn gebruiken om het anker aan de andere kant (tegengesteld van de ankerketting) los te trekken.

Illustratie van een ankerlijn, ankerketting, ankerboei en neuringlijn
Schematische weergave ankeronderdelen
Weer een mooi blogartikel vol informatie! Benieuwd naar nog meer leuke onderwerpen over het Klein Vaarbewijs?
Klik hier voor nog veel meer interessante blogitems over het Klein Vaarbewijs!


mensen op een boot achter een laptop

Wat is de beste cursus?

Benieuwd welke cursus wij adviseren? Lees welke opleiding volgens ons de beste keuze is, waarom wij die aanbevelen en hoe je daarmee de grootste kans hebt om te slagen. Klik hier

mensen aan het varen op een motorjacht

Klein Vaarbewijs Bibliotheek

Ontdek alle belangrijke onderwerpen voor Klein Vaarbewijs I, van vaarregels en betonning tot veiligheid, veiligheid en verlichting. Alles overzichtelijk verzameld om je optimaal voor te bereiden op het examen.

iemand op een boot met een marifoon

Basiscertificaat Marifonie

Bereid je optimaal voor op het Basiscertificaat Marifonie met een compleet overzicht van alle examenonderwerpen. Leer alles over noodprocedures, spoedverkeer, kanalen, DSC, regelgeving, noodverkeer en correcte marifooncommunicatie.